blog

Borstreconstructie na borstkanker: de technieken

Na een borstamputatie bestaan er verschillende manieren om de borst opnieuw op te bouwen, elk met eigen voorwaarden en een eigen tijdslijn. Deze tekst legt in begrijpelijke taal uit welke technieken bestaan en welke factoren de keuze mee bepalen.

Een borstreconstructie is zelden één ingreep. Het is meestal een traject van meerdere stappen, gespreid over maanden, waarbij vorm, symmetrie en afwerking geleidelijk worden opgebouwd. De keuze hangt af van het oncologische plan, de lichaamsbouw en de persoonlijke voorkeur.

Wat borstreconstructie inhoudt

Borstreconstructie is het heropbouwen van de borstheuvel na een gedeeltelijke of volledige verwijdering van het borstweefsel. Het doel is een borst die in kledij en zonder kledij een evenwichtig beeld geeft met de andere zijde, en die aanvoelt als een deel van het eigen lichaam.

Een reconstructie herstelt de vorm, niet de functie. Het gevoel in de gereconstrueerde borst is doorgaans verminderd en de tepel-tepelhofzone, indien die verwijderd werd, wordt in een latere fase nagebootst. Vaak wordt ook een aanpassing aan de andere borst overwogen om de symmetrie te verbeteren.

Een reconstructie is nooit verplicht. Sommige vrouwen kiezen bewust voor een externe prothese of voor geen reconstructie. Die keuze is even geldig en wordt met dezelfde zorg begeleid.

Directe of uitgestelde reconstructie

Bij een directe of primaire reconstructie wordt de heropbouw gestart in dezelfde ingreep als de borstamputatie. Het voordeel is dat de huidmantel van de borst grotendeels behouden blijft, wat de vorm ten goede komt. Voorwaarde is dat het oncologische plan dit toelaat.

Bij een uitgestelde of secundaire reconstructie gebeurt de heropbouw later, vaak nadat de behandeling met chemotherapie of bestraling is afgerond. Er wordt dan doorgaans enkele maanden tot een jaar gewacht, zodat de weefsels tot rust zijn gekomen. Deze weg geeft meer tijd om rustig te beslissen, maar vraagt wel meer weefsel omdat de huid van de borst intussen is weggenomen.

Reconstructie met implantaat of weefselexpander

Bij een reconstructie met implantaat wordt de borstheuvel opgebouwd met een siliconen implantaat. Wanneer er voldoende soepele huid overblijft, kan dat in één stap. Vaak is er echter te weinig huid en wordt eerst een weefselexpander geplaatst: een tijdelijke ballon die via een klein ventiel geleidelijk met fysiologisch water wordt gevuld. Over enkele weken tot maanden wordt de huid zo langzaam opgerekt. In een tweede ingreep wordt de expander vervangen door het definitieve implantaat.

Deze techniek is minder ingrijpend dan een reconstructie met eigen weefsel, vraagt geen bijkomend litteken elders op het lichaam en heeft een korter herstel. Daar staan aandachtspunten tegenover: het implantaat volgt de veroudering van het lichaam niet mee, de kans op verstrakking van het kapsel is reëel, en er is een kans dat er in de loop van de jaren een bijkomende ingreep nodig is.

Reconstructie met eigen weefsel: wat is een vrije flap

Bij reconstructie met eigen weefsel wordt de borst opgebouwd met huid en vet dat elders op het lichaam wordt weggenomen. Het voordeel is dat het resultaat aanvoelt en meebeweegt als lichaamseigen weefsel, en dat het meegaat met gewichtsschommelingen en veroudering.

Een vrije flap is een blok weefsel dat volledig wordt losgemaakt van de donorzone, inclusief de eigen slagader en ader. Dat weefsel wordt naar de borstkas verplaatst, waar de bloedvaten onder de microscoop worden aangesloten op bloedvaten ter hoogte van de ribben of de oksel. Die microchirurgische verbinding zorgt ervoor dat het weefsel opnieuw doorbloed raakt en blijft leven.

De eerste dagen na een vrije flap wordt de doorbloeding van het weefsel intensief opgevolgd, omdat een probleem aan de aansluiting snel moet worden herkend en behandeld.

De DIEAP-flap

De meest toegepaste vrije flap voor de borst is de DIEAP-flap. Daarbij wordt huid en onderhuids vet van de onderbuik gebruikt, samen met de bloedvaten die dat weefsel voeden. Het bijzondere aan deze techniek is dat de rechte buikspier gespaard blijft: de voedende bloedvaten worden zorgvuldig door de spier heen vrijgelegd, zonder dat er spierweefsel wordt meegenomen. Daardoor blijft de buikwand functioneel sterker dan bij oudere technieken waarbij wel spier werd geofferd.

Een DIEAP-flap komt in aanmerking wanneer er voldoende weefsel op de onderbuik aanwezig is en de patiënte in voldoende algemene conditie is. Het litteken op de onderbuik loopt laag en over de volledige breedte; de navel wordt opnieuw ingeplant.

Wanneer de buik niet geschikt is, bijvoorbeeld door eerdere ingrepen of onvoldoende weefsel, bestaan er alternatieve donorzones zoals de binnenzijde van de dij of de bilstreek.

De invloed van bestraling

Bestraald weefsel is minder soepel, minder goed doorbloed en geneest trager. Een implantaat in een bestraalde omgeving heeft een duidelijk hogere kans op verstrakking van het kapsel, op vormverandering en op complicaties.

Wanneer bestraling voorzien is of al heeft plaatsgevonden, wordt daarom vaak de voorkeur gegeven aan reconstructie met eigen weefsel, omdat dat weefsel zijn eigen bloedvoorziening meebrengt. Is bestraling gepland maar nog niet uitgevoerd, dan wordt de definitieve reconstructie soms bewust uitgesteld. Die afweging gebeurt in overleg met de radiotherapeut en het oncologische team.

Lipofilling, tepelreconstructie en tepeltatoeage

De laatste fase draait om verfijning. Lipofilling speelt daarbij een belangrijke rol: met eigen vet worden kleine oneffenheden opgevuld, wordt de overgang naar het decolleté verzacht en wordt de contour verfijnd. Omdat een deel van het overgebrachte vet wordt opgenomen, zijn hiervoor soms meerdere sessies nodig.

De tepelreconstructie volgt meestal als voorlaatste stap, wanneer de vorm en de positie van de borstheuvel stabiel zijn. De tepel wordt opgebouwd uit een klein huidlapje ter plaatse. De projectie van een gereconstrueerde tepel vermindert doorgaans in de loop van de eerste maanden.

Als sluitstuk volgt de tepeltatoeage, waarbij kleur wordt aangebracht om de tepelhof na te bootsen. Voor veel vrouwen is dit een betekenisvolle laatste stap.

Het multidisciplinaire traject

Borstreconstructie staat nooit los van de kankerbehandeling. Het plan wordt besproken binnen het multidisciplinair oncologisch consult, waarin onder meer de borstchirurg, de oncoloog, de radiotherapeut, de radioloog, de patholoog en de plastisch chirurg betrokken zijn. De oncologische veiligheid staat daarbij altijd voorop.

Ook borstverpleegkundigen, psychologen en kinesitherapeuten maken deel uit van dat traject. Vragen over lymfoedeem, over schouderbeweeglijkheid en over de emotionele impact horen daar uitdrukkelijk bij.

Herstel, opvolging en terugbetaling

Na een reconstructie met implantaat volgt doorgaans een korte opname en een herstel van enkele weken. Na een DIEAP-flap is de opname langer en verloopt het herstel geleidelijker, met bijzondere aandacht voor de buikwand: rechtop komen, tillen en sporten worden stapsgewijs opgebouwd over enkele weken tot maanden. Vermoeidheid in de eerste periode is normaal.

In België valt borstreconstructie na borstkanker binnen de verplichte ziekteverzekering. De concrete tussenkomst hangt af van de gekozen techniek, van het dossier en van de voorwaarden die op dat ogenblik gelden; voor bepaalde verstrekkingen is een akkoord van de adviserend arts van het ziekenfonds nodig. Wat in een individuele situatie van toepassing is, wordt op consultatie en via de dienst facturatie van het ziekenhuis toegelicht.

Veelgestelde vragen

Wanneer kan een borstreconstructie starten?

Dat hangt af van het oncologische plan. Een directe reconstructie gebeurt tijdens dezelfde ingreep als de borstamputatie, een uitgestelde reconstructie doorgaans enkele maanden tot een jaar na afronding van de behandeling.

Wat is het verschil tussen een DIEAP-flap en een reconstructie met implantaat?

Bij een DIEAP-flap wordt de borst opgebouwd met eigen huid en vet van de onderbuik, aangesloten via microchirurgie. Bij een implantaatreconstructie wordt siliconenmateriaal gebruikt, vaak na voorbereiding met een weefselexpander.

Wordt bij een DIEAP-flap buikspier weggenomen?

Neen. De voedende bloedvaten worden door de rechte buikspier heen vrijgelegd, maar de spier zelf blijft behouden. Daardoor blijft de kracht van de buikwand beter bewaard dan bij oudere technieken.

Heeft bestraling invloed op de keuze?

Ja. Bestraald weefsel is minder soepel en geneest trager, waardoor implantaten in een bestraalde omgeving een hogere kans op complicaties hebben. Daarom wordt vaker gekozen voor reconstructie met eigen weefsel.

Keert het gevoel in de gereconstrueerde borst terug?

Het gevoel is doorgaans blijvend verminderd. Er kan enige terugkeer van oppervlakkig gevoel optreden, maar dat verschilt sterk van persoon tot persoon.

Wordt borstreconstructie in België terugbetaald?

Borstreconstructie na borstkanker valt binnen de verplichte ziekteverzekering. De concrete tussenkomst hangt af van de techniek en van de geldende voorwaarden; voor bepaalde verstrekkingen is een akkoord van de adviserend arts vereist.

Plan uw persoonlijke consultatie

Tijdens een consultatie wordt uw vraag zorgvuldig besproken en wordt bekeken welke behandeling het meest geschikt is.

Deze tekst is algemeen van aard en vervangt geen persoonlijk medisch advies. Er geldt een inspanningsverbintenis en geen resultaatsverbintenis. Wat in uw situatie mogelijk is, wordt tijdens een consultatie bepaald en schriftelijk vastgelegd. Lees de volledige medische disclaimer.

  • Borstvergroting: eigen vet of implantaten?

    Wie een borstvergroting overweegt, staat voor de keuze tussen eigen vet of implantaten. Deze tekst zet feitelijk naast elkaar wat elke techniek kan, wat ze niet kan, en welke afwegingen op consultatie aan bod komen.

    Dr. Julien Colle